|
Nederland kan bogen op een rijke agriculturele traditie. Tot
voor 100 jaar speelde de cultuur van het platteland een
dominante rol. De economie van Nederland was voor tweederde
deel afhankelijk van de landbouw. Hoewel die afhankelijkheid
onder invloed van industrialisatie en verstedelijking is
afgenomen, is de landbouwbranche er niet minder belangrijk
door geworden. Ook als we haar bekijken in Europees
perspectief.
Door natuurlijke groei en toenemende industrialisering in de
jaren '60 van de negentiende eeuw steeg de complexiteit van
de handelsactiviteiten in de landbouwsector. Handelaren en
importeurs kregen meer behoefte aan gemeenschappelijke
handelsafspraken met betrekking tot kwantiteit en kwaliteit.
Met name vanuit de graan- en aanverwante handel was de roep
om uniformiteit hoorbaar. Uiteindelijk werd in 1872 Het
Comité van Graanhandelaren opgericht.
Vanaf dat moment kon de Rotterdamse - en niet veel later de
Nederlandse - graanhandel zich sterk profileren op de snel
groeiende wereldmarkt.
In 1972 - bij het honderdjarig bestaan - ontving Het Comité
van Graanhandelaren het predikaat 'Koninklijk'. Als
Koninklijke Vereniging werd ze ingeschreven in het register
van de Rotterdamse Kamer van Koophandel
In het kader van het 125-jarig bestaan van Het Comité, in
1997, heeft de heer ir. K.K. Vervelde, oud-voorzitter van
Het Comité, de geschiedenis van Het Comité vastgelegd in een
publicatie getiteld: "De Rotterdamse Graanhandel bemonsterd
en gewogen: 125 jaar Koninklijke Vereniging Het Comité van
Graanhandelaren".
Tegenwoordig behartigt Het Comité de belangen van ongeveer
150 leden die actief zijn in de agri-business. Onze leden
zijn handelaren, producenten en tussenpersonen in
diervoedergrondstoffen, collecteurs, op-en
overslagbedrijven, mengvoederbedrijven, crushers,
producenten van diervoeder en ruwvoeder, factors, handelaren
in peulvruchten en zaden en producenten van tarwe, gerst,
zetmeel en isoglucose.
Naast belangenbehartiging en informatievoorziening aan de
leden behoren het opstellen en beheren van nationale en
internationale standaardcontracten, het beheer van het
arbitrage instituut en de bepaling van dagwaarden tot de
activiteiten. Daarnaast wordt Het Comité gezien als
adviesorgaan met nationale en internationale invloed op het
gebied van landbouw- en handelspolitiek. Kwaliteitsborging,
veevoederwetgeving en milieu zijn daarbij onder andere de
aandachtsvelden.
Voor bundeling van de krachten is Het Comité in 2000
gefuseerd met de Vereniging Amsterdamse Graanhandel (VAG).
In 2001 vond er een fusie plaats met de Federatie van
Nederlandse Handelaren in Granen, Zaden en Peulvruchten
(Federatie G.Z.P.).
top
|